Afhankelijk gedrag bij dementie

Heb je een demente partner, vader of moeder? Dan kan hij of zij zich heel afhankelijk van jou gaan gedragen. Dat is lastig en soms zelfs beklemmend voor jou als mantelzorger. Waar komt dat afhankelijke gedrag vandaan, en wat kun je ertegen doen?

Nachtelijke telefoontjes

Heeft jouw naaste met dementie ook last van afhankelijk gedrag? Dan is het goed te weten waar dit vandaan komt. Mensen met dementie herkennen hun omgeving steeds minder goed. Daardoor kunnen ze zich angstig en onzeker gaan voelen. Ze zoeken steun en veiligheid bij de mensen die het meest vertrouwd zijn. Bijvoorbeeld door achter ze aan te lopen. Maar er zijn ook dementerenden – vaak wonen ze alleen – die continu hun zoon of dochter bellen. Ook als die op het werk zit en ook ’s nachts.

Onzeker

Een andere vorm van afhankelijk gedrag is veel vragen stellen: “Hoe laat gaan we eten?” “Waar is de afstandsbediening?” “In welke stoel moet ik gaan zitten?” Afhankelijkheid begint soms al in een vroeg stadium van dementie. Mensen die altijd al onzeker waren, hebben er meer last van dan degenen die vóór hun ziekte veel zelfvertrouwen hadden.

Houvast geven

Als mantelzorger ben je vaak erg belast door de zorg die je geeft. Als iemand dan ook nog steeds dezelfde vragen stelt en achter je aanloopt, verlies je gemakkelijk je geduld. Jammer genoeg helpt dat niet. De dementerende zal zich alleen maar onzekerder gaan voelen. En daardoor misschien nóg meer afhankelijk gedrag gaan vertonen. Probeer daarom te bedenken dat je naaste zich niet expres zo gedraagt. Hij of zij zoekt houvast, en jij kunt gelukkig een aantal dingen doen om dat zo veel mogelijk te geven. Het afhankelijke gedrag zal er minder door worden. Fijn voor jullie allebei.

Overzicht in huis

Overzicht is heel belangrijk voor mensen met dementie. Zorg dus voor een opgeruimd huis, waarin spullen een vaste plek hebben. Je naaste hoeft dan niet steeds aan jou te vragen waar de krant of de suikerpot is. De dingen die jullie regelmatig gebruiken, kun je in het zicht plaatsen. Zet bijvoorbeeld de spullen die nodig zijn voor koffiezetten alvast op het aanrecht. Glazen deurtjes op keukenkastjes zijn ook erg handig. Net als etiketten en plaatjes die duidelijk maken wat er in een kast of la zit.

Briefje op tafel

Een vaste dagstructuur geeft houvast. Maak er een schema van, zodat jouw naaste zelf ziet wanneer het etens- of bedtijd is. Ga je weg? Leg dan een briefje op tafel. Schrijf daarop waar je naartoe bent en wanneer je terugkomt. Als je naaste iets leuks kan doen terwijl jij weg bent, geeft dat afleiding. Leg bijvoorbeeld een puzzel of tijdschrift klaar, of zet alvast een muziekje op.

Beperk de keuze

Kiezen is vaak moeilijk voor mensen met dementie. Vraag daarom niet: “Wat wil je drinken?” of: “Welke kleren wil je vandaag aan?” Beperk de keuze tot een of twee mogelijkheden: “Wil je koffie?”, “Wil je vandaag je blauwe of grijze trui aan?”

Meedoen moet

Betrek mensen met dementie bij gesprekken en dagelijkse activiteiten. Laat ze alles doen wat ze nog (enigszins) zelf kunnen. Ga dus niet de boodschappen doen of aardappelen schillen omdat jij dat nu eenmaal sneller of beter kunt. Het is belangrijk dat jouw naaste met dementie zich serieus genomen en nuttig voelt. Dat is goed voor het zelfvertrouwen. Meer zelfvertrouwen betekent vaak minder afhankelijk gedrag.

Met lichamelijke klachten naar de dokter

Afhankelijk gedrag kan ook een lichamelijke oorzaak hebben. Gaat jouw naaste zich in een korte tijd veel afhankelijker gedragen, vraag dan of hij of zij misschien ergens pijn heeft. Schakel eventueel de huisarts in voor hulp.

Bron: gezondheidsnet