Doel in het leven goed voor gezondheid ouderen

Bij 50-plussers met een doel in het leven, is minder sprake van fysieke achteruitgang. Eric Kim e.a. concluderen dit op basis van een longitudinale cohortstudie en schrijven erover in JAMA Psychiatry.

Ze gebruikten gegevens van de zogenaamde Health and Retirement Study. In 2006 en 2010 gingen ze na hoe ouderen scoorden op het gevoel een doel in het leven te hebben, op basis van vragen uit een bepaalde vragenlijst. Daarbij moesten deelnemers zeggen in hoeverre ze het eens waren met uitspraken zoals ‘ik denk niet echt na over de toekomst’. Verder ondergingen ze tests om de kracht in hun handen (grip strength) of loopsnelheid te objectiveren.

En jawel: hoe meer de deelnemers het gevoel hadden een doel in het leven te hebben, hoe minder ze fysiek achteruitgingen. Na correctie voor sociodemografische factoren, depressieve symptomen en aantal chronische aandoeningen, bleek deze correlatie alleen statistisch significant voor loopsnelheid. Deze groep deelnemers was gemiddeld 71 jaar bij aanvang. Om na te gaan of er geen sprake was voor omgekeerde causaliteit (minder doel in het leven vanwege slechtere fysieke toestand) gingen ze ook na of er sprake was van een verband tussen kracht en snelheid bij aanvang en verandering in doelgerichtheid na vier jaar. Dat was niet het geval.

Het klinkt logisch: wie meer doel in het leven heeft, zal mogelijk actiever zijn, en dus minder hard achteruitgaan. Desondanks vindt commentator Carol Ryff – die overigens de bedenker is van de vragenlijst over psychologisch welbevinden die in het onderzoek werd gebruikt – de bevindingen hoopvol. Dat welbevinden is geen eigenschap, maar een beïnvloedbare grootheid. Interventies die erop gericht zijn ouderen een doel in het leven te geven – of te laten houden, kunnen in theorie niet alleen de geestelijke, maar ook de lichamelijke gezondheid bevorderen.

Bron: platformouderenzorg