Driekwart ervaart eigen gezondheid als goed

Een derde van de Nederlanders van 19 jaar of ouder geeft aan door gezondheidsproblemen beperkt te zijn in activiteiten die mensen gewoonlijk doen. Ook geeft een derde aan één of meer langdurige aandoeningen te hebben. Toch ervaart driekwart de eigen gezondheid als goed of zeer goed. Er bestaan regionale verschillen in deze gezondheidsindicatoren. Dit blijkt uit nieuwe landelijke en regionale cijfers van de gezamenlijke Gezondheidsmonitor van GGD’en, CBS en RIVM.
Van de 65-plussers geeft de helft aan één of meer langdurige aandoening(en) te hebben en zegt ook de helft beperkt te zijn in activiteiten die mensen gewoonlijk doen, vanwege een probleem met de gezondheid. Bij de 19- tot 65-jarigen ligt dit met 29 en 28 procentveel lager. Een ruime meerderheid van de 65-plussers beoordeelt de eigen gezondheid over het algemeen als (zeer) goed. Bij de 19- tot 65-jarigen is dit 80 procent.

Geen beperking door gezondheidsproblemen
Het hebben van één of meer langdurige aandoeningen betekent niet automatisch dat mensen zich ook beperkt voelen in de reguliere activiteiten, of dat ze hun gezondheid als minder dan goed ervaren. Van de mensen die aangeven een aandoening te hebben zegt bijvoorbeeld 28 procent geen beperking te hebben als gevolg van gezondheidsproblemen. Ook ervaart 45 procent van de mensen met een aandoening de eigen gezondheid in het algemeen als (zeer) goed.

In Nederland bestaan regionale verschillen in ervaren gezondheid, het hebben van langdurige aandoeningen en het hebben van beperkingen. De GGD-regio’s Utrecht en Kennemerland zijn voorbeelden van regio’s waar de ervaren gezondheidstoestand van de bevolking relatief goed is. In deze twee gebieden zijn er, vergeleken met het landelijke gemiddelde, meer mensen die de eigen gezondheid als (zeer) goed ervaren, minder mensen die een langdurige aandoening rapporteren en minder mensen die aangeven beperkt te zijn door een gezondheidsprobleem.

Er zijn ook GGD-regio’s waar mensen juist vaker gezondheidsproblemen rapporteren. Dat geldt bijvoorbeeld voor Zuid-Limburg en Rotterdam-Rijnmond, die op de drie factoren minder scoren dan gemiddeld.

Verschillende factoren kunnen een rol spelen bij het vóórkomen van regionale verschillen in ervaren gezondheid. Die verschillen hangen samen met bijvoorbeeld bevolkingssamenstelling, opleidingsniveau, leefstijl, zorggebruik en omgevingskenmerken. Zo is een mogelijke verklaring van de regionale gezondheidsverschillen het relatief hoge aantal 65-plussers in Limburg en de relatief jonge bevolking in regio Utrecht.

Bron: Nationale Zorggids