Ernstige twijfels aan nut van koolhydraatarm dieet

In de strijd tegen overgewicht en diabetes zetten veel mensen in op ‘minder suiker’. Sommigen denken daarom dat dan ook een zeer koolhydraatarm dieet de voorkeur heeft. In de praktijk betekent dat afzien van zetmeelbronnen zoals brood, rijst, aardappelen of bananen. Maar het nut daarvan wordt door wetenschappers ernstig betwijfeld. Aan de hand van twee internationale overzichtspublicaties die deze week zijn verschenen, concludeert professor Fred Brouns van de Universiteit Maastricht (UM) dat het prima is om de inname van koolhydraten wat te verminderen, maar een forse vermindering beter te vermijden.

Ongunstig
Afgelopen jaar stond het Brabantse Leende flink in de belangstelling, omdat de huisartsen in het dorp een campagne waren gestart om koolhydraten zoveel mogelijk uit het dagelijkse voedsel te schrappen. “Dat een zo laag mogelijke inname van suiker het risico op overgewicht en diabetes vermindert, staat buiten kijf” aldus Brouns, als emeritus hoogleraar Innovatie in Gezonde Voeding verbonden aan de UM. “Maar uit ons onderzoek blijkt, dat een koolhydraatarm dieet (ook wel ketogeen dieet genoemd) tot ongunstige effecten kan leiden. Vooral de lage hoeveelheid vezels en het hoge vetgehalte van een koolhydraatarm dieet leidt tot ongunstige invloeden op de darmflora.”

Een ketogeen dieet blijkt voor velen ook moeilijk vol te houden. In plaats daarvan zou een matig veranderd voedingspatroon dat minimaal 100 tot 150 gram koolhydraten per dag levert beter vol te houden zijn. “Er zijn op dit moment eigenlijk geen betrouwbare gegevens beschikbaar over de gezondheidsvoordelen van een zeer koolhydraatarm dieet op de lange termijn”, benadrukt Brouns. “Elke promotie van dergelijke diëten als zijnde ‘goed voor iedereen’ moet ook in dit licht worden gezien.” Lees verder in de publicatie van Brouns.

Voedselrichtlijnen
Brouns staaft zijn eigen publicatie met een recent internationaal onderzoek naar voedselrichtlijnen waar hij ook aan meewerkte. Een internationaal team van wetenschappers vergeleek 11 richtlijnen van tien voedselautoriteiten, onder meer de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie), EFSA (Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid) maar bijvoorbeeld ook de voedselautoriteiten in Noord-Amerika, Australië en Scandinavië. Zonder uitzondering bevelen de richtlijnen aan om de inname van toegevoegde suikers drastisch te beperken. Geen van de autoriteiten rept echter van een koolhydraatarm dieet om dat te bereiken. Sterker nog, in alle onderzochte gevallen wordt aanbevolen om tot circa 50% van de dagelijkse energie-inname als koolhydraat te consumeren.

Volgens Brouns kan het gehalte aan koolhydraten best wat omlaag en dat van vet wel wat omhoog, resulterend in 40% van de dagelijkse energie-inname voor beide voedingsstoffen. “Belangrijk daarbij is dan wel dat er sprake is van het kiezen van koolhydraatbronnen met een hoog vezelgehalte en vooral onverzadigde vetbronnen. Maar het meest effectief in het voorkomen van overgewicht en diabetes is een gelijktijdige aanpassing van meerdere leefstijlfactoren. Denk daarbij naast gezond eten ook aan kwantitatief minder eten, stoppen met roken, matig alcoholgebruik en meer beweging.”

Bron: Universiteit Maastricht