Gelukkig ouder worden: Ontdek wat je écht wilt en hang de vlag uit

Vroeger leek je leven zo’n beetje voltooid rond je 60ste; daarna wachtte de neergang. Nu gaan we blijmoedig door, ongeacht leeftijd. Gelukkig ouder worden, hoe doe je dat? Gezond eten en bewegen is niet genoeg, er zit ook een mentale kant aan. Het goede nieuws: ook die kun je zelf sturen. Zes adviezen van alle tijden.

1. Verwezenlijk je diepste verlangens

Hoe wil je oud worden? Hoe wil je dat je toekomstige leven eruitziet? Hetzelfde als nu? Of wil je het te zijner tijd over een andere boeg gooien? Iets nieuws doen gaat niet vanzelf, betoogt levenscoach Bas Klinkhamer in zijn boek Gelukkig ouder worden: “Leer ‘nee’ te zeggen tegen je huidige verplichtingen, ga minder doen en mijmer over wat je zou willen doen en wie je wilt zijn.” Dat moet je wel de tijd geven, aldus Klinkhamer, want het roer omgooien is niet in één dag gebeurd. Klinkhamer heeft een paar goede tips: “Vraag je als eerste af waarover je in je huidige leven tevreden bent en wat je wilt behouden. En kijk daarna naar je wensen of zelfs je onbewuste verlangens. Waar ben je nooit aan toegekomen en wil je nu alsnog verwezenlijken? Leren paardrijden? Gitaar spelen? Spaans leren spreken? De kleinkinderen begeleiden? Vrijwilliger worden op de kinder­boerderij? Ga op zoek naar je eigen toekomst.”

2. Stel doelen

Meer nog dan een goede gezondheid is het grote geluk volgens schrijfster en filosofe Simone de Beauvoir doelen te hebben in je leven. Juist als je door omstandigheden of pensionering geen betaalde baan meer hebt, geeft het nastreven van een doel zin aan je leven. Van taallessen aan vluchtelingen tot aan het herplanten van een bos: doelen zijn het beste medicijn tegen verveling, wurgende leegte en zinloosheid. Alleen onze hartstochten kunnen voorkomen dat we in onszelf keren, daarvan is De Beauvoir overtuigd. Met hobby’s de tijd verdrijven, daar heeft ze het niet op. Het is beter een betrokken en zo vol mogelijk leven te leven. Mensen met een brede belang­stelling hebben de meeste kans op een goede oude dag, zo vindt ze. Want niets willen en niets doen is jezelf veroordelen tot naargeestige ­apathie. Of je nu jong bent of oud.

3. Accepteer het onvermijdelijke

Wat onvermijdelijk is, moet je leren accepteren, vond de filosoof Michel de Montaigne in de ­essays waar hij rond 1571 aan begon te schrijven. “Wij moeten het doen met de goede en slechte dingen, die tezamen ons leven uitmaken.” Verdriet en plezier, pijn en zorgeloosheid. Montaigne: “Het is dwaas om je te verzetten tegen het onvermijdelijke.” Om zijn standpunt te onderstrepen neemt hij zijn eigen nierstenen als uitgangspunt. Pijnlijk en vervelend, maar hij beschouwt ze als de tol die hij moet betalen voor het ouder worden. Hij prijst zich gelukkig met alle gezonde jaren die achter hem liggen en troost zich met de gedachte dat hij niet de enige is die lijdt aan kwalen en kampt met gedoe. Leren accepteren is bepaald niet nieuw. Aan Franciscus van Assisi (1181-1226) wordt de volgende spreuk toegeschreven: “Geef me de moed om te veranderen wat ik kan veranderen. Geef me de wijsheid om te accepteren wat ik niet kan veranderen. Geef me het inzicht om het verschil tussen beide te zien.” Een nuttig advies, tot op de dag van vandaag.

4. Wees jezelf

Word eigenwijs oud. Laat je niet wegzetten. Dé oudere bestaat niet. Er zijn fitte tachtigers en uitgebluste zestigers. Er is geen mal waar iedereen in past. Richt zelf je oude dag in en bied weerstand aan verwachtingspatronen en algemeenheden, aldus hoogleraar ethiek Frits de Lange. Jong en ondernemend zijn is de norm, ook voor ouderen. Zolang je op jongeren lijkt, tel je mee. Geloof daar niet in, benadrukt De Lange in een hartstochtelijk pleidooi. Blijf weg van het beleidsjargon over actieve burgers en de forever young-retoriek van reclame en media. Laat je niet meesleuren in die amechtige strijd om jong te blijven. Probeer je eigen, authentieke vorm te vinden. Doorleef die levensfase als een ontdekkingsreis: “Laat je oude dag niet schaken door anderen. Kom tot jezelf. Wees jezelf.”

5. Koester familie en vrienden 

Regel je sociale contacten en wacht daar niet te lang mee. Dé garantie voor een goede oude dag is dat je er niet helemaal alleen voor komt te staan. Dat roept iedereen die er verstand van heeft al járen, maar er zijn ook keiharde cijfers die dat ondersteunen. Levenscoach Bas Klinkhamer wijst in het boek Gelukkig ouder worden in dit verband op een van de langstlopende onderzoeken ter wereld, namelijk een onderzoek aan Harvard University. Het onderzoek begon in 1938 en loopt nog steeds. Het blijkt dat mensen met goede sociale banden (familie, vrienden, een gemeenschap) gelukkiger zijn en fysiek gezonder dan mensen met minder banden. Ook leven ze langer. Bij mannen die werden gevolgd van hun 21ste jaar tot hun 85ste jaar, werd teruggekeken naar de middelbare leeftijd om te zien of er voorspeld had kunnen worden wie een gelukkige en gezonde tachtiger zou worden. Toen alle informatie was verzameld, bleken het niet de cholesterolcijfers te zijn die voorspelden hoe oud ze zouden worden, maar de tevredenheid over hun sociale contacten. De mensen die op middelbare leeftijd het meest tevreden waren over hun relaties met familie, vrienden en buurtgenoten waren er het best aan toe op hun 80ste. Klinkhamer: “Met wie ga je om? Maak bewuste keuzes. Want het netwerk waar je nu je energie in steekt, is het netwerk waar je straks veel mee omgaat. Niet roem en rijkdom, maar familie, vrienden en onderdeel zijn van een gemeenschap maken het verschil.”

6. Hang de vlag uit

Omdat we in een wereld leven waarin jong zijn de feestelijke norm is, kan het moeilijk zijn om te aanvaarden dat we ouder worden. Wie dat lastig vindt, zou naar de Amerikaanse rabbijn en spiritueel leraar Abraham Joshua Heschel (1907-1972) kunnen luisteren. Hij stelde voor om ouderdom te beschouwen als een overwinning. Hang de vlag uit. Beschouw het niet als straf, maar als voorrecht. Heschel: “Je zou aan de ouderdom moeten beginnen op de manier waarop je aan je laatste jaar op de universiteit begint, vol opwinding uitziend naar de bekroning.” Heschel ziet vooral voordelen: “Wie op leeftijd is heeft overzicht, heeft van zijn mislukkingen geleerd en is in staat zich van vooroordelen te ontdoen, niet meer koortsachtig zijn belangen na te streven.” Het doel van het bestaan is studeren, groeien, zwoegen en rijpen. Dat stopt nooit. En ook als je niet piepjong bent, is er elk moment kans op grootheid. Aldus Heschel.

Bron: plusonline