Ouderdomsverschijnselen door verkeerde omgang met licht

Voortdurende blootstelling aan licht heeft een negatieve invloed op het immuunsysteem en op spieren en botten. Dat blijkt uit onderzoek van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) naar de functie van de biologische klok. Bij een normaal dag-nachtritme herstelt de schade zich weer. Dat meldt het LUMC.
Het diergebonden onderzoek toont aan dat langdurige blootstelling aan kantoorlicht leidt tot tekenen van versnelde veroudering als verminderde spierkracht en beginnende botontkalking. “Verschijnselen die bij normale veroudering ook optreden”, vertelt dr. Eliane Lucassen, die dit voorjaar promoveerde op onderzoek naar de biologische klok en gezondheid.

Overactief afweersysteem
Ook het afweersysteem veranderde door de continue blootstelling aan licht. Het werd overactief. “Dat herstelde zich na een tijdje spontaan”, zegt Lucassen. “Het immuunsysteem past zich aan de langdurig ongezonde omgeving aan, en wordt als het ware getraind om hiermee om te gaan”, aldus mede-auteur prof. Joke Meijer, hoogleraar neurofysiologie in het LUMC. De ouderdomsverschijnselen verdwenen bij een normaal dag-nachtritme ook weer. Meijer: “Het goede nieuws is dan ook dat afwijkingen van de biologische klok die ontstaan door een gebrek aan een duidelijke licht-donkercyclus, geheel herstelbaar blijken te zijn, met alle positieve gevolgen voor de gezondheid die daar bij horen.”

Voor een goede gezondheid blijkt een goed contrast tussen dag en nacht heel belangrijk. Overdag dus naar buiten en ’s nachts geen lampen laten branden, maar dat lukt lang niet iedereen. “Tegenwoordig krijgen veel mensen overdag te weinig licht en ’s avonds en ’s nachts juist te veel. Zeker bij kwetsbare mensen in een ziekenhuis of verzorgingshuis zouden we daar meer op moeten letten”, aldus Meijer.

Het onderzoek is gedaan bij muizen die, in tegenstelling tot mensen, nachtdieren zijn. Toch denkt Lucassen dat de resultaten ook voor mensen gelden. “De biologische klok van mensen en muizen reageert hetzelfde op licht.”

Bron: Nationale Zorg GidsVorige pagina