Voorgesneden kool bevat meer stoffen die tegen kanker beschermen

Niks zo gezond als verse groenten, toch? Dat geldt niet per se voor kool, blijkt uit een onderzoek van Wageningen University. Gesneden broccoli, bloemkool en andere koolsoorten bevatten veel meer stoffen die ons tegen kanker beschermen dan de verse, hele groente.

De gezonde stoffen waar we het over hebben, heten glucosinolaten. Deze natuurlijke gifstoffen komen voor in diverse koolsoorten, zoals broccoli, bloemkool en spruitjes. Ook zitten ze bijvoorbeeld in radijs en koolraap. Ze beschermen de groente tegen insecten en larven en zorgen voor de specifieke (kool)smaak. En hoewel giftig voor insecten, zijn glucosinolaten voor de mens juist goed. Ze beschermen ons lichaam tegen kankerverwekkende stoffen.

Twee keer zo veel anti-kankerstofjes na het snijden

Wetenschappers van de Wageningen University hebben nu ontdekt dat kool extra kankerbeschermende stoffen aanmaakt als hij wordt gesneden. Waarschijnlijk is dat een natuurlijk zelfverdedigingsmechanisme van de groente om te voorkomen dat hij wordt aangevreten door insecten. Hoe langer de kool is aangesneden, hoe meer van die stofjes er worden geproduceerd: na twee dagen is bij gesneden broccoli, spruitjes, witte en rode kool de hoeveelheid van sommige glucosinolaten verdubbeld. In witte kool troffen de wetenschappers zelfs vijftien keer meer van bepaalde anti-kankerstoffen aan.

Kort koken

Je kunt kool dus gerust een dag of twee snijden voordat je ‘m in een maaltijd verwerkt. Je koolsalade wordt er alleen maar extra gezond van. Ook hoef je je niet schuldig te voelen als je uit tijdgebrek een keer een zakje voorgesneden bloemkool of broccoli koopt. Doordat de zakjes tijdens het verpakken met gassen zoals stikstof worden gevuld, blijven zuurstofgevoelige vitaminen zoals vitamine C en foliumzuur bovendien zo lang mogelijk behouden. Kook de voorgesneden groenten wel in zo min mogelijk water en niet te lang: glucosinolaten lossen op in water en breken af door verhitting. Zuurkool bevat volgens de wetenschappers zelfs nog amper glucosinolaten, door het zout ‘lekken’ de natuurlijke gifstoffen weg.

Bron: margriet